Albert VANDEVOORDE (+)

albert

– Albert Vandevoorde – Komen
– geboren op 03/05/31 – overleden op 01/10/17
– bij de Meiboomspurters sedert 1975

Albert Vandevoorde : Het hoofd en de benen

Ware het niet dat Karel van Wijnendaele ( 1ste inrichter van de Ronde van Vlaanderen en uitvinder van het woord “Flandrien” ) zijn beroemd wielerboek ” Het hoofd en de benen”  reeds in 1930 schreef en het later als ondertitel gebruikte voor zijn “ Het rijke vlaamsche wielerleven”
( 1943 ) zou je denken dat hij de inspiratie bij Albert Vandevoorde gevonden had. Maar in 1930 stampten de korte beentjes van Albert nog tegen de buikwand van zijn moeder tot hij op 3 mei 1931 verlost werd en de wereld mocht gaan verkennen.

In Nieuwkerke, op een boogscheut van de woning van Albert ( Kemmel) woonde er een jonge wielergod: Lucien Storme, die in 1938, op 22 jarige leeftijd Paris – Roubaix won. Voor de 7 jarige Albert de held van zijn leven en “Het” grote voorbeeld want dat Albert ook coureur zou worden was toen de grootste zekerheid in zijn jong leven. Storme won in 1939 een rit in de Tour en reed verder nog heel wat topprijzen bijeen tot geluk en glorie van zijn jonge bewonderaar. Helaas kwamen in 1940 de Duitsers ons land bezetten en waser van koersen weinig of geen sprake meer. Zoals de meeste renners trachtte Lucien iets te verdienen door te smokkelen ( de douaniers waren ook per fiets maar konden de renners nooit bijhalen !) maar moest zich als jonge gast ook verbergen voor de Duitsers om niet verplicht te worden om in Duitsland te gaan werken. Op een dag werd hij toch gevat en belande in een werkkamp in Siegburg.  Toen dat in 1945 bevrijd werd door de Amerikanen werd Lucien er in de verwarring doodgeschoten.

De oorlog was voorbij maar Albert zijn held was er niet meer, maar de wil om coureur te worden en de dood van zijn idool met prestaties te wreken des te meer.  

Als 14, 15 jarige was hij steeds de kleinste deelnemer in de plaatselijke kermiskoersen maar kon tussen geroutineerde renners van alle slag en leeftijd toch regelmatig een prijsje wegkapen. Ex profs en onafhankelijken van voor den oorlog zoals D’Alleine, Bril, Vanoplynes enz vonden het knap vervelend dat die kleine aap hen meer en meer in de luren legde en steeds maar rapper en slimmer werd en vroegen steeds vaker wanneer hij bij “ Den bond”. (BWB) zou gaan rijden. In 1948 werd de kleine Albert beginneling,

in 1949 nieuweling om in 1950 liefhebber te worden.  

Ook bij de liefhebbers evalueerde Albert rap naar de beteren van zijn reeks en dommer werd hij er ook niet van. Hij was in geen tijd een van de beste en slimste van de streek maar vond er zijn eerste zwart beest in de persoon van Andre Noyelle van Poelkapelle, deze sterke bonk en wereldspurter was en bleef de betere van Albert die veel 2de plaatsen verzamelde na …. Noyelle. Af en toe kon hij hem eens kloppen maar zijn overwinningen waren meestal in koersen waar Noyelle niet meereed. Een ander gevolg van zo’n streekgenoot te hebben was dat het onmogelijk was om geselecteerd te worden voor internationale  Kampioenschappen want politiek kon het niet dat men 2 renners van dezelfde regio zou afvaardigen naar een groot evenement . In 1952 werd Andre Noyelle Olympisch Kampioen in Helsinki met bijna een minuut voorsprong op Robert Grondelaers ( Limburger) Lucien Victor werd 4de  en dus wonnen ze ook de gouden plak per ploeg.

De 4de Belg op die spelen was Belgisch Kampioen … Rik Van Looy ( Kempen) die plat reed in de laatste ronde. Andre werd ook 2de op het wereldkampioenschap in Luxemburg en Albert zat thuis te koekeloeren want niet geselecteerd. Nochtans zouden ze met Albert, Andre Noyelle, Rik Van Looy en Gerard Indevuyst ( Ieper ) minstens een even sterke ploeg gehad hebben maar dat was niet de grootste zorg van Pol  Itiek die wel gretig overal op de foto’s  ging staan met de gouden laureaten.

Albert begreep dat hij hogerop moest en werd beroepsrenner bij de ploeg Thompson in 1955 waar hij enkele ereplaatsen verzamelde en opgemerkt werd door de ploegleiders van Elve – Peugeot, de sterkste Belgische wielerploeg van die tijd met renners als Rik van Steenbergen, Stan Ockers, Raymond Impanis, Pino Cerami enz. Voor een jonge renner het nadeel dat er altijd wel een kopman in de geburen was waarvoor gewerkt moest worden en voor iemand met de ambitie van Albert niet de beste oplossing.

Ondertussen had Albert de liefde ontdekt en een gezin gesticht waarvoor er brood op de plank moest komen en daar zijn schoonbroer aannemer was van speciale, goedbetaalde werken aan kerken en monumenten pikte Albert daar wat graag een graantje van mee.

De lenige onverschrokken waaghals plaatste kerkhanen, klom zonder verpinken op de hoogste daken en torens en ontdekte dat hij de artistieke gave had om stenen en beelden te kappen die er even goed uitzagen als de versleten of kapotte originelen. Toen hij ook nog allerlei figuren zoals  windhanen en beelden in koper en metaal begon te maken werd hij onvervangbaar in het bedrijf. De fiets bleef echter wel in zijn leven.

In het nabije Frankrijk werden er veel koersen ingericht voor “ alle categorien” waar Albert zich met veel succes kon uitleven. Toen de BWF als een der eerste nevenbonden in Belgie werd opgericht sloot Albert zich aan bij De Meiboomspurters van Woesten in 1975 en begon op zijn 44ste  als het ware een nieuwe wielerloopbaan ( zonder dat de eerste ooit echt geeindigd was) en werd weldra weer de toprenner van in zijn jonge jaren. Hij veroverde talloze titels als Belgisch en Provinciaal Kampioen, boekte successen in de IKW te Woesten, in Frankrijk, Nederland, Tjechie, Spanje, Canarische eilanden enz.  maar zijn hoofddoelen waren toch ieder jaar de wereldkampioenschappen in Sankt Johann i Tirol (A) waar hij 2 x Wereldkampioen  werd : in 1984  en 1988, de overige podiumplaatsen die hij er behaalde zijn bijna niet meer te tellen want geloof het of niet: in Oostenrijk kwam Albert zijn 2de zwart beest tegen in de persoon van Willi Hochgeschürzt: een Keulense Duitse kolos, ijzersterk en razend rap aan de meet. Een man die zonder de nasleep van wereldoorlog II ( bewegingsbeperkingen en deelnameverboden aan sportieve en kulturele evenementen )  een wielerloopbaan kon uitgebouwd hebben om U tegen te zeggen. Zonder “ DER WILLI ” had Albert minsten 10 x op het hoogste schavotje gestaan in Sankt Johann.  
In 2015 ( 84 jaar ) nam hij de laatste maal deel aan het WK met een mooie ereplaats. Wie was Albert ?

Een pientere, onverschrokken, bezeten atletische wielerkampioen-kunstenaar die nu in de wielerhemel aan het koersen is want als ze daar nog geen koersfietsen hadden zal hij er een zelf gemaakt hebben.    

 Remi Gruwez

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

A topnotch WordPress.com site

%d bloggers liken dit: